08-02-09

Philipp Walsleben , het opmerkelijke levensverhaal

SMALLE BANNER KOEREURKES

C18_WALSLEBEN3_MM

Hij reed ze allemaal los uit het wiel, die kleine Walsleben. Al die Franse talenten, al die Belgen die van in hun wieg op een crossfiets gedropt waren. En dat voor iemand die op zijn eerste training nog niet wist hoe hij een band moest oppompen.

'Hey, heb jij mijn moeder al gezien?' Philipp Walsleben liep vorige zaterdag, toen hij net beloftenwereldkampioen geworden was, reikhalzend rond tussen de massa. Van hot naar her werd hij gevoerd: podium, VRT-studio, persconferentie, dopingcontrole. Maar voor de belangrijke dingen des levens was er geen tijd. 'Gelukkig kwam het na de gebruikelijke plichtplegingen allemaal nog goed. Mama Walsleben kon haar zoon eindelijk tegen de boezem drukken. Dat gebeurt niet vaak meer de laatste tijd. Want Philipp, 21, vloog het afgelopen jaar steeds nadrukkelijker weg uit het ouderlijke nest. Zevenhonderd en zeven kilometer ver weg. Naar Morkhoven, of all places. 'Deze winter haalde ik mijn auto van Duitsland naar België', zegt Walsleben stil. 'Een symbolische stap, maar het is gewoon zo: ik heb hem hier meer nodig dan thuis. Zelfs met kerstavond kon ik dit jaar niet bij mijn ouders zijn.'

Niet dat ze daar ten huize Walsleben voor staan te springen. In Kleinmachnow, een kleine gemeente aan de rand van Berlijn, is de Vlaamse moddergekte ver weg. De stadsgrens ligt slechts op drie kilometer, naar de Dom is het een klein halfuurtje rijden. 'Vroeger stond de Berlijnse Muur letterlijk in de achtertuin van mijn moeder', vertelt Walsleben in vlekkeloos Nederlands. 'Het moet wel een speciaal sfeertje geweest zijn, als er zo constant mannen met geweren op je huis staan turen. Maar ik heb dat niet echt meer bewust meegemaakt. Ik was pas twee toen de Muur viel.'

Bezweet in de klas

Veel geschiedenis dus, maar geen crosshistoriek. Pa Walsleben liep in zijn vrije tijd achter een leren bal aan, maar kende niks van koers. En ma zo mogelijk nog minder. 'In '97 won Ullrich de Tour wel, maar toen keken we thuis niet naar wielrennen. Ook Zabel maakte op mij als kind niet echt een grote indruk. Het was vooral via mijn jeugdvrienden dat ik gefascineerd geraakte door de fiets. Elke dag reden we wedstrijdjes, van thuis naar school. Via voetpaden, via bosjes, via klimmetjes en afdalingen. Om dan totaal bezweet in de klas toe te komen. (grinnikt) Ik herinner me nog dat ik eens een hartslag van 186 had. Totaal kapot.'

'Het waren ook mijn vrienden die me uitnodigden om in de club te komen rijden. Oké, ik kreeg een koersfiets. Alleen had ik één probleem voor die eerste training: ik wist niet hoe je zo'n band moest oppompen. Te voet naar de club dus, gelukkig maar één kilometer. Om daar te ontdekken dat je een ventiel moet losdraaien vooraleer je lucht in de banden kan krijgen. (schatert) Dat was interessant.'

Vanaf dan trok de elfjarige Philipp zijn plan. Zijn ouders deden de was, kochten kleren en voerden hem naar het clublokaal, maar trokken zich voor de rest niet al te veel van zijn sport aan. 'Een zegen was dat. Ze lieten me gewoon volledig vrij, en daarom had ik er ook zoveel plezier in. De crossen waren vaak in het Westen van het land, zowat driehonderd kilometer rijden. Dus kropen we met de hele club in de bus. Vertrekken om 4 uur 's ochtends, weer thuis om 10 uur 's avonds. En in de bus was er maar plaats voor één fiets van elk. Je reservemateriaal was dan de fiets van je vriend die een categorie hoger reed, en die tijdens jouw cross in de materiaalpost stond.'

Walsleben denkt duidelijk met plezier terug aan die periode. 'Het klinkt amateuristisch, hé. Maar het is een van de redenen waarom ik nog altijd zo graag cross. Die nieuwelingen in België krijgen al direct een camper, een peperdure fiets en de duurste kleren. Hun ouders steken daar enorm veel tijd en geld in, maar ze verwachten in ruil ook een resultaat. Ook al heeft hun zoon nog niks bewezen. Bij mij was dat totaal het omgekeerde. Als ik thuiskwam, maakte het niet uit of ik eerste of dertigste geworden was. Voor de rest van de week werd er niet meer over cross gesproken.'

Eén pint, één procent

Zijn eigen mentaliteit verplichtte Walsleben wel om naar Vlaanderen te verhuizen. Wie topcrosser wil worden - 'ik kon ook een contract tekenen op de weg, maar veldrijden doe ik gewoon liever' - kan zich niet langer permitteren om elk weekend in Duitsland rond te rijden. En dus kwam hij terecht bij de ouders van Christoph Roodhooft, zijn manager bij BKCP-Powerplus. 'Het leven dat ik hier leid, kan ik niet volhouden in Berlijn. Daar zou ik al eens vaker een koffie gaan drinken in de stad, of blijven plakken bij vrienden. Mis je dan niets in je leven? vragen de mensen me wel eens. (zucht) De gezelligheid van Berlijn, dat wel ja. Dat gevoel om met je echte vrienden plezier te maken. Want door dat strikte leven is het heel moeilijk om hier contacten te leggen buiten de koers.'

'Maar het uitgaan op zich mis ik eigenlijk niet. Ik hoef maar vijf keer zat te zijn op een jaar, meer niet. Als je door het bier een zege door je vingers laat glippen, mis je veel meer. Daarom drink ik ook bijna niets in de winter, ook niet na een zege. Want dan denk ik direct: Oh neen, één procent minder. Oké, na die wereldtitel ben ik wel even gaan feesten. Maar ik wil dat geen twee weken doen. Want een wereldkampioen die tiende of twaalfde eindigt, dat lijkt nergens op.'

 

09:33 Gepost door Marcel in Cyclocross | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.